Welkom

op mijn website

Elke zaterdag,

Vanaf nu is het weer prijs.
Volgende week begint het met de Gouden Duif viering, dan is het feest in Broechem-Ranst (B). Mocht je op deze viering nog nooit aanwezig zijn geweest, elke keer dat je dit hebt gemist is een keer te veel. Het is elk jaar opnieuw een feest der herkenning. Een volle dag praten over duiven met de grootste kampioenen uit de duivensport. Mooi toch.
Lekker pilsje, broodje hamburger en een leuk stukje muziek, meer moet dat niet zijn.
De week erop gaan we (waarschijnlijk) op zaterdag naar de voorjaarsbeurs. Proberen hier of daar een koopje te scoren. Je weet nooit wat je tegen het lijf loopt. Ook een prima dag waar je je niet moet vervelen.
Dan zijn we aan de tweede zaterdag in maart aanbeland. Het is vanaf die datum vier weken op rij een verkoop van de Dutch Golden Classic, oftewel de Gouden Ringen race.
9-16-23 en 30 Maart kunt u iedere zaterdag vanaf 12 uur terecht om uw duifjes af te leveren. Op dezelfde data is het vanaf 14.00 uur aanvang van de verkopingen.
Mocht u aanwezig willen zijn, het vindt telkens plaats in het gebouw van de Dordtse Bond aan de Weeskinderdijk in Dordrecht. Zijn altijd heel gezellige middagen, al is het alleen maar om een praatje te maken.
Als deze serie evenementen eenmaal achter de rug is gaat het vliegseizoen 2019 van start.

Deze week in sportblad De Duif 

het artikel van Ad Schaerlaeckens gelezen ?
Hij heeft het over vroeger dagen toen de duivensport nog ruim aanwezig was. In hoofdzaak weliswaar onder het gewone werkvolk met als grootste reden weekend vullend vertier/sport. Niet voor niets werd de duif afgeschilderd als het renpaard van de gewone man.
In die dagen kon je in iedere straat wel een paar duivenhokken verwachten. Gewoon achter in de tuin, meestal niet groter dan een tiental vierkante meters. Duivenhokken die de lengte van 10 strekkende meters overschreden waren een uitzondering. De meeste tuinen waren nu eenmaal niet groter. Prachtige sport werd er bedreven door liefhebbers die dit moesten behappen naast hun gewone dagdagelijkse werkzaamheden.
Zoals Ad ook beschrijft in zijn artikel, er was belangstelling voor onze sport uit alle lagen van de bevolking. Vraag nu in 2019 eens aan iedere willekeurige voorbijganger wat hij weet over de duivensport. Grote kans dat hij/zij u alleen kan mededelen dat er veel geld omgaat in de handel met duiven.
En zo is het eigenlijk ook. De enige aantrekkingskracht waar onze sport nog ruimschoots over beschikt is dat er als je het goed doet je er veel geld mee kan verdienen. Want men kan u wel vertellen dat er één duif is verkocht voor wel 500.000 euro.
Het is ook niet meer zo evident dat er nieuwe leden zich melden om ook duiven te gaan houden. De enige aanwas die wij nog kennen zijn naaste familie ofwel kinderen van duivenmelkers.
Want daar moeten we geen doekjes om winden, hoe moet je een beginnend duivenmelker die niets weet van duiven en de ambitie heeft om in de top te gaan spelen nu voorbereiden.
Hij kan gaan zoeken op het internet en van daaruit zich laten informeren. Het is te hopen dat hij dan een naam tegen komt die nog een beetje op de ouderwetse manier duivensport beoefend. Maar als hij gedreven door ambitie gelijk de koe bij de horens vat en de websites gaat bezoeken van onze hedendaagse coryfeeën, om er een paar te noemen Gerard Koopman, De Eyerkampen, Fam. Verkerk en andere Hooymansen, dan zal hij zich nog wel een paar keer achter zijn oren krabbelen vooraleer hij echt de stap gaat wagen om zich met dit geweld te gaan meten.
En omdat hij aangetrokken door financieel gewin ook een kijkje gaat nemen op de verkoopsite van PIPA is het helemaal een verloren zaak dat we er een nieuweling bij krijgen. Veilingen met een paar honderd duiven zijn daar geen uitzondering meer. En die ga je niet plaatsen in een hokje van 10 meter in je nieuwbouw tuintje.
Dan hebben we het nog niet eens over de financiële injectie die alleen al het opstarten van een duivenmelkers loopbaan tegenwoordig vereist. En ik weet ook wel dat je het zo duur kan maken als je zelf wilt, maar er moet toch een hok komen. Je moet toch een elektronisch systeem aanschaffen. Er zullen duiven moeten komen. Afhankelijk van je portemonnee is hier nog wel aan te komen wanneer je niet het onderste uit de kan wil hebben. Maar dan begint het eigenlijk pas want er zal een heel jaar door voor de duiven moeten worden gezorgd (voer- en bijproducten). Een paar keer op een jaar naar de veearts is ook gewenst.
Heb geen idee wat het totaal plaatje is om als duivenmelker vanaf niks te moeten starten. Maar heb toch zo’n stil vermoeden dat menig jong gezin andere financiële prioriteiten heeft.
Dan is er nog één heel groot obstakel, wat denkt u wat de familieleden er van vinden als vakantie vieren in de zomer er bij inschiet?
Dit alles overziend is het niet zo verwonderlijk dat er bijna geen nieuwe aanwas meer is. Ieder jaar hebben we een verlies van ongeveer 7% in het ledenaantal.
Ik ben bang dat met al onze goede bedoelingen we deze neergang niet kunnen stoppen. Helaas, want het is en blijft één van de mooiste sporten.

 

Deel twee.

Door dit niet vliegen aan huis was het voor mij wel duidelijk dat de trainingen niet vanzelf zouden gaan. En ook dit werd waarheid. De eerste ploeg jongen ging voor de eerste keer naar 5 kilometer en die waren zelfs eerder thuis dan ik terug was met de auto. Voor zekerheid gekozen heb ik tripje nog wel een paar keer gedaan. Steeds ging dit van een leien dakje. Intussen was ook de tweede ploeg zover dat ze mee konden op training. Zowaar, ook deze waren op 5 kilometer razend snel thuis. Toen ze voor mijn gevoel tezamen genoeg waren weggebracht moest het er toch een keer van komen. Alleen vertrouwde ik het niet dat ze telkens zo snel thuis waren. Ik denk dat ze echt geen vertrouwen genoeg hadden om eens lekker op onderzoek uit gaan. Het was telkens gauw naar huis en dan vlug op het dak en blijven zitten waar ik zit.
De eerste keer dat de jongen niet op het eiland gelost worden is het meestal lang wachten eer ze boven water komen maar dat loopt altijd goed af. Een paar blijven er dan wel eens weg maar die zijn meestal op één hand te tellen. Dit keer de eerste gelost in de Moerdijk (voor mij 10 kilometer) bleven ze ook lang weg voordat er eindelijk één arriveerde. Je hoopt dat dit natuurlijk goed gaat aflopen zoals je gewend bent. Dit keer bleven er 20 voorgoed weg. Nog nooit meegemaakt. Ik ben er van overtuigd dat dit nog steeds de naweeën waren van de ziekte in het voorjaar.
Het niet trainen aan huis (ziek zijn) en daardoor geen vertrouwen (oriëntatie) heeft dit als resultaat.
Na een week zijn we weer begonnen met opleren en alhoewel dit alle keren niet vanzelf ging werden er toch nog maar een enkeling verspeeld. Inmiddels was de ploeg jongen wel gehalveerd. Daarom had ik de eerste vlucht maar 47 jongen ingekorfd. En wat denk je, de 1e prijs plus 13 duiven in de eerst 20 in de club. De eerste vier vluchten tot 170 kilometer waren best nog redelijk. Daarna toen we vanuit Frankrijk gingen vliegen kwamen de echte problemen boven water. Het prijspercentage werd echt kl…. 14 v/d 44. 7 v/d 42. 9 v/d 42 en 7 v/d 37 daarna wist ik genoeg. Dit gaat niet meer goed komen.
Het zag er voor 2019 dus naar uit dat ik moest starten met een ploeg bestaande uit: een prijsjes vlieger van 2016, een paar van 2017 die het redelijk hadden gedaan als jaarling en een ploeg van 2018 waarvan je bij voorbaat weet dat er niets van terecht komt. Geen fantastisch vooruitzicht.
Komt nog iets bij want dit was niet het enige obstakel richting toekomst. Dit obstakel was van een heel andere aard. Daarvoor moet je toch wel een paar jaar uittrekken.
Het gaat om het volgende: de juiste duiven op het kweekhok. Het soort duiven wat mijn kweekhok bevolkte rond de verkoop in 2008 was geheel opgebouwd met bewezen vliegduiven. Op een bepaald moment zaten er bij mij meer dan 25 verschillende duiven op het kweekhok die ieder minimaal één 1e prijs in groot verband wisten te winnen. Natuurlijk een ongekende weelde. Daarmee kweken was eigenlijk heel simpel. Ieder jaar opnieuw kwam er hier of daar wel een goede duif tevoorschijn.
Het werd al een stuk moeilijker na 2008, toen moest ik mijn kweekhok bevolken met jongen van deze duiven die niet geselecteerd waren op de vluchten. Maar na een paar jaar uitproberen zaten er toch weer een paar koppeltjes die een goede duif wisten voort te brengen.
Vanaf 2014 werd er weer een nieuwe periode op gang gegooid. Chaodong (mijn vriend uit China) vroeg of ik voor hem kon proberen wat echte superduiven aan te schaffen. Mijn voordeel zou zijn dat ik deze duiven een paar maanden tot soms een jaar mocht gebruiken voor de kweek. Fantastisch goede duiven zaten hierbij. Nationale asduiven en nationale winnaars kon ik gebruiken om tot nieuwe successen te komen. In 2015 werden er een paar echte goede duiven gekweekt. Vooral twee cracks op de dagfond waren mijn oogappels. Uit de ouders van deze twee duiven werden een flink aantal jongen gekweekt waarvan er meerderen op het kweekhok werden geplaatst. Zo had ik ineens een flink aantal (half) broers en zusters van de twee supers aan de kweek. Nu drie jaar later werd wel duidelijk dat dit een heel grote vergissing is geworden. Dus ook hier op het kweekhok moest er de grote borstel door gehaald worden. Inmiddels zijn (bijna) alle duiven verwijderd die zelf niet op de vluchten zijn geweest. Bij de veertien koppels die nu nog op het kweekhok vertoeven zitten sowieso al 19 verschillende duiven die minstens één 1e prijs hebben gewonnen. Zo zit er enige gelijkenis in de opbouw van het kweekhok zoals die ook was in de betere jaren van voor de totale verkoop. We beschouwen 2019 ook als een nieuwe start. Hoelang die gaat duren zal de toekomst uitwijzen…..

Vrijdagavond.

De avond van het forum in Kaatsheuvel. Deze winter ben ik nog weinig buiten de deur geweest als het om duivensport ging. Deze avond was weer eens ouderwets gezellig. En zo dachten meer bezoekers er over denk ik. Jan, mijn vaste begeleider bij dit soort evenementen had de aanwezigen geteld en kwam aan ruim honderd belangstellenden. Opvallend vond ik dat het niet alleen melkers uit de regio waren maar zelfs enige Belgische collega duivenmelkers vonden het interessant genoeg om de reis naar Kaatsheuvel te maken.
Het was natuurlijk hoogst interessant wat Ben, de valkenier, ons kon adviseren om de roofvogel een beetje buiten de deur te houden. Ik heb niet alles kunnen onthouden maar de meest opvallende zaken waren voor mij: De periodes dat de roofvogels het meeste actief waren. Rondom 21 maart en dan hoofdzakelijk de daarop volgende 4/5 weken zijn ze zeer actief op jacht. Zo ook de 4/5 weken na 21 september hebben ze het druk met jagen. Het ene moment als voorbereiding op de kweek en het andere moment als voorbereiding op de winter.
Rondom het hok kan het geen kwaad om bijvoorbeeld wat CD’s op te hangen. Door deze voor hun vreemde voorwerpen raken ze nogal makkelijk in de war en mislukken de geplande aanvallen wat eerder.
Je kan ook gewoon geluk hebben en op natuurlijke wijze weinig of geen last hebben van deze rovers. De reden hiervan is meestal het aanwezig zijn van een flink aantal kraaien/kauwen in de buurt. Deze vogels geven ofwel een signaal dat er een rover in de buurt is ofwel gaan ze met zijn allen achter de rover aan en jagen hem weg. Ook een reden dat de duivenvangers niet veel worden belaagd is het aanwezig zijn van buizerds. Door deze vogels voelen de jagers zich echt ongemakkelijk en raken in verwarring wat te doen.
Als toetje had Ben ook nog eens twee roofvogels meegenomen. De foto die hieronder staat is de slechtvalk, er was ook een buizerd.

Voor de pauze werden ons vrij algemene vragen gesteld. Het normale vragenpatroon wat je op ieder forum krijgt. Je weet wel: Hoe voert u, wat is de medische begeleiding, wat zijn de bijproducten, waar heeft u de goede duiven vandaan, enz.
Na de pauze zou ik uitleggen hoe ik er toe was gekomen om dit najaar zo resoluut te handelen. En ook na de pauze heeft Ben het hierboven beschreven roofvogel verhaal gedaan.
Wat mijn eigen verhaal betreft moet dit voor de regelmatige bloglezers niet zo’n verrassing zijn geweest. Ik zal mijn beweegredenen nog één keer uitleggen.
Wat ik heb gedaan in het najaar is: Een hele grote opruiming gehouden.
Zo zijn alle jongen 2018 weg. De vliegduiven van 2015 plus één jaarling gingen naar het kweekhok, alle anderen zijn weg. Bijna alle kweekduiven die zelf niet hebben gevlogen zijn ook weg. In totaal waren dit een kleine 100 duiven.
Om verschillende redenen ben ik tot dit besluit gekomen. Allereerst, de oude vliegduiven hebben dit jaar best redelijk gevlogen. Het kan niet altijd super zijn, dat weet ik ook wel. Maar de oude duiven wonnen in de Dordtse Bond toch 10 keer de 1e prijs. Kan altijd minder denk ik. Maar de duiven die het beste vlogen waren toch wel de duiven van 2015. In 2016 heb ik gewoon heel slecht gekweekt. Van deze lichting zaten er maar twee in de vliegploeg en die waren echt niet de besten. De jaarlingen vlogen best redelijk maar niet meer dan dat.
Nu moet u weten dat mijn duiven na drie vliegseizoenen naar het kweekhok gaan . Dat betekende voor komend jaar een zware aderlating. Als dan alles gaat zoals het normaliter de gewoonte was vangen de nieuwe lichting jaarlingen de klap wel op.
Daar zat nu net mijn tweede probleem. De jonge duiven dit jaar waren vanaf de start niet in de goede conditie. In het voorjaar kwam er een ziekte onder die flink heeft huis gehouden. Een uitbraak van de jonge duiven ziekte ( Adeno- Coli ?? ) daar krijg ik ieder jaar vanaf 1985 wel mee af te rekenen. Meestal verlies je een paar jongen en na een goede kuur gaat dan alles weer de goede kant op. Maar dit jaar was het echt armoe troef. Toen de ziekte eindelijk voorbij was stond de teller op 28 slachtoffers. Deze ziekte is ook de reden dat de jongen eigenlijk nooit goed op gang zijn gekomen. Vliegen aan huis deden ze nooit langer dan vijf minuten.
Volgende week ga ik verder met dit verslag.

Een forum.

Volgende week vrijdag ga ik weer eens plaats nemen in een forum. Dit keer doe ik het forum samen met een liefhebber van roofvogels. Mooi hè. Hij gaat waarschijnlijk uitleggen wat wij kunnen doen tegen de aanvallen van die hele mooie vogels. Want dat zijn het wel, hele mooie vogels. Soms rij je op de snelweg en dan zie je naast de weg op een afrasteringspaaltje zo’n fantastisch mooie vogel zitten. Daar kan ik dan toch wel van genieten. Bovendien ben ik één van de zeldzame melkers die nagenoeg geen last heeft van deze rovers. Ben, zo heet deze roofvogel liefhebber, is ook nog eens een heel goede duivenmelker. Een paar jaar terug had hij zomaar de nationale asduif jong op zijn hok. Om dat te bewerkstelligen moet je toch ook iets meer dan zomaar duivenmelker zijn.
Wat mijzelf betreft, is het de bedoeling dat ik ga uitleggen waarom ik afgelopen winter zo resoluut de bezem door mijn kolonie heb gehaald. Danny (de organisator) schreef op de affiche dat ik dit jaar eigenlijk op alle fronten niet mijn niveau kon halen en daarom deze switch deed. Het ligt allemaal een klein beetje genuanceerder, maar dat ga ik proberen uit te leggen op de avond van het forum. Dus als u toch niets te doen hebt kom dan a.s. Vrijdag 1 Februari naar Kaatsheuvel.
Een paar dagen terug is de eerste ronde jongen verhuist naar het jonge duiven hok. Het zijn er beduidend minder als dat ik gewend ben de afgelopen jaren. Maar het zal wel aan de kwaliteit liggen mocht ik er onverhoopt toch mee gaan lukken. Ga in ieder geval extra mijn best doen om er toch wat van te bakken. Allereerst ga ik mijn steun en toeverlaat ( Bono ) laten wennen aan zijn nieuwe maatjes, zie foto.

Wat een makkie.

Afgelopen week zijn op 14 kweekkoppels na alle duiven vertrokken. Het grote hok (zie homepage) is op dit moment helemaal leeg. De komende week ga ik alle rennen schoonmaken onder de roosters en dan gaan aan het einde van de week de eerste jongen weer een afdeling bevolken. Op dit moment is het werkelijk een genot zo weinig ik moet doen aan de verzorging. Zoals het nu gaat vind ik het prima. Merk wel aan mezelf dat de grootste ambitie er niet meer is. Natuurlijk probeer ik zolang ik nog duiven heb er het beste uit te halen. Maar ik weet ook wel dat er niet veel moet tegen zitten of ik sluit de hele winkel. Kan uiteraard niet in de toekomst kijken, maar wie weet hoeveel plezier ik er weer in ga krijgen en nog een flink aantal jaren duiven blijf houden.
Op de nieuwsbrief van de NPO kunt u lezen dat de commissie eerlijk spel hun huiswerk heeft gedaan. Misschien dat de afdeling 5 commissieleden een blik hierop willen werpen en zien hoe ze hun werk hadden kunnen doen. Als ze dit nog niet hebben gedaan, laat deze kans niet schieten. Kan je nog wat van leren voor als je weer zitting neemt in een commissie. Dit terzijde. Deze commissie eerlijk spel van de NPO heeft een eerste overleg met verschillende afdeling bestuurders achter de rug. Daar zijn best redelijke voorstellen uit gekomen. Je kan wel zien dat vooral de tijdlijn bij deze gesprekken een belangrijke rol heeft gekregen. Zo is het voorstel tot inkorfbeperking opgeschoven naar november om tot een goed gedragen oplossing te komen. Ik vind dat de commissie hiermee goed werk heeft gedaan. Het zal niet op een jaar langer of korter aankomen om te moeten wachten. Wat belangrijker is, is dat er serieus werk van wordt gemaakt. Mijn afdelingsbestuurders hebben zich met een schijnvertoning duidelijk in hun kaart laten kijken. Ze hebben wel duidelijk laten blijken voor wat voor een duivensport zij kiezen. Die neigt volgens mij toch richting de belangen van de wat grotere inkorvers.
Ik heb mijn stukje begonnen met “wat een makkie”, ik ga hier maar mee door en maak er dit keer ook hier een makkie van.

Een nieuw seizoen.

Had beter een nieuw jaar kunnen schrijven. Het duivenseizoen is eigenlijk al een week of zes geleden begonnen. De winterkweek is bij de meesten al op het eind aan het lopen. Of loop ik nu te hard van stapel. Het is wel een feit dat echt de allersnelsten reeds jongen hebben die je nagenoeg kan spenen. Wat ik elk jaar opnieuw verwonderlijk vind is dat de winterkwekers meestal beter weer treffen dan de mannen die half januari hun kweekseizoen laten ingaan. Ook dit seizoen is het tot nu toe nog niet echt winter. We hebben van dat sombere troosteloze weer en dat al een aantal weken.
Dit jaar heb ik niet heel veel kweekkoppels. Normaliter zijn het er wel een stuk of 25 tot 30. Maar omdat we de boel hebben gereorganiseerd zitten er nu nog maar 14. Hiervan waren 13 koppels die reeds op de 11e dag een ei tevoorschijn toverde. Je kan dan niet zeggen dat het slecht is gegaan. Eigenlijk voor mijn doen is het vergeleken met vorige seizoenen héél goed gegaan. Maar als ik dan naar het eindresultaat kijk is het één van de slechtste seizoenen qua aantal jongen wat ik uiteindelijk heb geringd. Van de 13 koppels heb ik 17 jongen kunnen ringen. Een beetje teleurstellend toch wel na zo’n veelbelovende start.
Niet dat ik mij daar aan vast moet houden maar er zijn een paar duivenvrienden in mijn directe omgeving die dit jaar hetzelfde ervaren. De duiven komen ook bij hun heel makkelijk op eieren maar het eindresultaat is niet evenredig. Vreemd toch.
Nog twee dagen en dan zijn alle rennen/hokken van het grote hok leeg. We gaan proberen een nieuwe start te maken. Het kweekhok is ook uitgedund. Kortom ik heb geprobeerd de gemiddelde kwaliteit een beetje te verhogen. Het resultaat van deze renovatie gaan we in de loop van het vliegseizoen zien. We gaan dit jaar met een kleine ploeg jonge duiven van start. We kunnen ze wel honderd procent aandacht geven en hopen daarmee genoeg ijzers in het vuur te hebben om weer wat hoopgevend materiaal in de vingers te krijgen om in 2020 een kwalitatief mooi ploegje oude duiven over te houden.
Iets geheel anders:
Een ieder die bekend is met onze thuissituatie weet dat mijn vader bij ons woont. Inmiddels heeft hij de leeftijd van 88 jaar bereikt en dan is het zaak dat er niet teveel problemen komen met de gezondheid. Een goede week geleden kreeg hij een wat vreemd gevoel bij zijn oor. Dat hebben we een paar dagen aangekeken maar ineens op dinsdagmiddag was de zijkant van zijn gezicht helemaal opgezet. En wel op zo’n manier dat we er van schrokken. Het was duidelijk dat de dokter daar bij moest komen. Geen probleem denk je dan, even bellen en dan is de oplossing nabij.
Half zes gebeld naar de huisartsenpost en die zouden de arts verwittigen en langs sturen.
Half zeven de arts (drie man sterk) voor de deur. Zij kwamen tot de conclusie dat het beter was dat hij werd opgehaald door de ambulance voor een bezoek aan het ziekenhuis om het goed te kunnen onderzoeken.
Nog voor zeven uur was de ambulance daar. Weer twee man in het aanbouwtje van Pa. Dan maar op weg naar de spoedeisende hulp. Bij binnenkomst werd ons gelijk al medegedeeld dat het erg druk was die avond. Nu dat hebben we gemerkt. Er werd het één en het ander onderzocht en daar moest op gewacht worden voordat er verder werd behandeld.
Half elf konden ze ons dan mededelen dat het een bacteriële infectie is en dat ze wel voorzichtig moesten zijn voor een eventuele bloedvergiftiging. Hij moest dan ook gelijk aan de antibiotica via een infuus en moest daarom in het ziekenhuis blijven. Er was alleen een probleem, hij kon niet in dit ziekenhuis blijven want er was geen plek meer. Nu moet u weten dat als wij de straat uitlopen in dit ziekenhuis zijn. Maar hij werd nu overgebracht naar Rotterdam.
Half twaalf, opnieuw in de ambulance naar het Maasstad ziekenhuis.
Twaalf uur, aankomst in het ziekenhuis. Uiteraard opnieuw wat onderzoekjes. En toen die klaar waren moesten we weer even wachten op zusters die hem naar zijn kamer konden brengen.
Twee uur, eindelijk waren we op de eindbestemming. Het infuus werd aangesloten en wij konden weer naar huis.
Half drie weer thuis op de Oudendijk. Al met al een lange dag.
Inmiddels zijn we vier dagen verder en is de oude baas alweer thuis. De antibiotica deed zijn werk meer dan voorbeeldig en het resultaat is duidelijk te zien.
Zo was het deze week niet alleen de duiven die onze aandacht vroegen. Maar eind goed al goed.

Wie graag gokt,

Moet verhuizen naar China. Daar wordt echt op alles gegokt. Zoals de meesten onder ons inmiddels wel hebben vernomen is in China de duurste duif ooit verkocht voor 2,7 miljoen euro. Als er daar niet op de duiven gegokt kon worden wat zou dan de prijs zijn geweest voor deze superduif. Want laat dit duidelijk zijn het is een echte superduif waarvoor ze dit fenomenale bedrag hebben betaald. Het bedrag wat deze duif aan contanten en auto’s had gewonnen overtrof dit bedrag ruimschoots.
Deze duif won dit bedrag en auto’s op de competitie van de Pioneerclub. Als de Pioneer competitie klaar is worden de duiven die dan nog aanwezig zijn verkocht. Een percentage is dan voor de organisatie en de rest gaat naar de eigenaar van de duif. Dit keer werd de grote winnaar terug gekocht door de eigenaar voor het eerder genoemde bedrag. Dat deze man niet op een paar knaken behoeft te kijken mogen duidelijk zijn. Des te mooier is het gebaar dat hij een groot deel van dit bedrag wegschonk aan de liefdadigheid.
De Pioneer competitie is de grootste in zijn soort. Maar in geheel China zijn er op dit moment heel veel organisatoren die in de slipstream van de Pioneerclub meeliften. Natuurlijk doet het gigantische prijzengeld veel gelukzoekers besluiten om ook een gokje te wagen met hun duiven. Maar heel veel komen er snel achter dat om zo’n competitie te kunnen winnen hun duiven toch wel kwaliteit moeten bezitten. En daardoor is de jacht op goede duiven vanuit België en Nederland zo’n vaart aan het nemen. De prijzen die er op dit moment worden gegeven voor goede (en heel veel slechte) duiven gaat jaarlijks nog steeds omhoog. Dit is ook de reden waarom de duivenhandel al jaren zich grotendeels afspeelt in China. Duiven zijn voor hun een middel om te kunnen gokken en dat doen ze met heel hun ziel en zaligheid.
Een voorbeeld dat Chinezen overal op gokken.
Afgelopen week heeft u kunnen lezen in magazine “De Duif” een reportage over de Belgische de comb. Roger & Jurgen Vervaeke uit Deerlijk. Voor de goede lezer is het wel duidelijk dat dit geen gewone liefhebbers zijn. Fantastische uitslagen met maar een handjevol duiven in de strijd. Naast de 1e prijs nationaal Chateauroux dit jaar met hun “EMIEL” winnen ze ook nog eens de 1e Nat asduif KBDB grote halve fond met hun “BLIKSEM”. En dit allemaal in 2018.
Met het maken van deze uitslagen kwamen ook hier weer de Chinezen in beeld. Na de 3e Nat Argenton en de 7e Nat Bourges was het wel duidelijk dat de “BLIKSEM” een ernstig kandidaat was om Nationle Asduif te worden. Halverwege het seizoen werd er op de “BLIKSEM” een bod gedaan ( op dat moment nog geen Nat Aasduif) wat de Vervaeke’s accepteerden. De koop was als het ware gesloten maar de Chinese koper had bedongen dat er werd verder gespeeld met de “BLIKSEM”. Duidelijk een staaltje gokken van de bovenste plank. Maar het pakte goed uit en de “BLIKSEM” werd alsnog Nationale Asduif. Wat er verder tussen koper en verkoper is afgesproken weet ik niet maar ze zullen beiden door het nemen van deze gok er niet slechter van zijn geworden.

Leve het internet.

Leve het internet.

Voor de één een bron van ergernis voor de ander een godsgeschenk. Ikzelf vind het iets meer doorslaan naar een geschenk. Als er tenminste op de juiste manier gebruik van wordt gemaakt. In de duivensport gaan we er ook steeds meer en meer gebruik van maken. Zo zijn er de online verkopingen gekomen. Ook hier vóór en tegenstanders natuurlijk. Maar als je het positief bekijkt kan je door de verkopingen heel veel gratis info vergaren. Je moet dan natuurlijk niet de verkopingen volgen van zoals ik ze noem “commerciële dwaallichten”. Dit zijn verkopers die meerijden op de successen van de echte kampioenen door HET SOORT aan te schaffen en daarmee proberen lichtgelovige slachtoffers te vinden. Maar in verkoop info van de echte kampioen kun je best wel nuttige wetenswaardigheden opdoen, maar ook hier wel zin van onzin zien te scheiden.
Het internet is vooral zeer nuttig gebleken in het volle seizoen. Dat er nog niet voor de volle 100% gebruik van wordt gemaakt is een ander verhaal. We zijn in ieder geval wel bezig met het implementeren van het internet in onze sport. Zie maar hoe snel je tegenwoordig een uitslag tevoorschijn weet te toveren met behulp van de Compuclub. Het aanmelden van de duiven via internet is ook meer en meer aan het inburgeren. Via het NPO bureau gaan we nu ook zelf onze duiven op naam overschrijven. Moest je daar vroeger best moeite voor doen, nu kan dit in minuten verwezenlijkt zijn. Kortom, legio handelingen die vroeger veel tijd en moeite kosten worden door het internet nog maar een fluitje van een cent.
Ik ga zelf graag op zoek naar de ECHTE kampioen, en dan vooral waarmee hij zijn duivenbestand heeft opgebouwd. Maar eerst moet je de ECHTE kampioen ontdekken op de uitslag. Voor Nederland is de uitslagen databank natuurlijk de Compuclub. In België kan ik u aanbevelen om te zoeken bij WPROL uitslagen. Als u daar nog niet bekend mee bent, die kan je vinden op de website van de KBDB.
https://www.kbdb.be/nl/
hier naar het linkje Wprol uitslagen, en zie een schat aan informatie.

Zo zag ik een paar dagen terug op de blog van Ad Schaerlaeckens het volgende item voorbij komen:

Zinloze uitslagen (5 dec)
Joel Verschoot is een heel groot kampioen.
Hij was al twee keer 2e Algemeen Kampioen KBDB van heel België en won talloze vroege prijzen op de fond.
In De Duif stond een interessante en dik verdiende reportage over de kampioen uit Ingelmunster. Daarin kon je lezen dat hij de kwekers vrij laat paren (ja en waarom niet?), dat een inkorfbeperking voor hem niet hoeft en hij zei ook: Veel liefhebbers hebben niet graag dat ‘hun aantal duiven gepubliceerd wordt.’
Toen keek ik eens naar zijn uitslagen en was verbaasd.
Bij niet één uitslag stond vermeld hoeveel duiven hij mee had.
Iets was je zelden of nooit ziet bij de Duif.
En uitslagen publiceren zonder aantal gezette duiven er bij te zetten is VOLSTREKT ZINLOOS. Neem nu dezelfde Joel V:
Hij won, zo kan je lezen, van Limoges Nationaal 7.236 jrl. De 57e, 98e, 129e en 1.616e prijs.
Mij zegt zo’n uitslag dus helemaal niets.
– Had hij slechts 4 duiven mee dan was dat prima gespeeld.
– Had hij er 30 mee dan was dat bijzonder slecht gespeeld !!

Om hier achter te komen is een fluitje van een cent.
Ga naar de KBDB site, vijf keer klikken en bij zoeken de naam invullen. En zie daar, alle prijsduiven van de bewuste melker, mooier kan toch niet.
Heb zelf ook even gekeken naar de uitslag van Joël Verschoot en het was echt super, hij had met vijf duiven mee de hierboven vermelde uitslag gemaakt.

Een paar mailtjes.

Deze week is het moeizaam om aan goed verhaaltje te komen in mijn blog. Heb de afgelopen week nogal een flink aantal e-mails ontvangen. De meesten toch wel met interesse gelezen en van sommige zowaar wat opgestoken.
Het afgelopen seizoen heeft de afdeling 4 (Limburg) duidelijk niet aan het lijntje van de NPO gelopen. Zij hebben daar vooral op een paar sector vluchten hun eigen weg bewandeld. Ondanks eerder gemaakte afspraken kwamen ze niet tot een gezamenlijke lossing in de sector. Die eigen weg zorgde voor wat dreigementen vanuit het hoofdbureau maar die hebben ze gewoon terzijde gelegd. In Limburg waren ze er van overtuigd dat ze voor hun leden de juiste weg hadden bewandeld.
Daar is de afgelopen weken een vervolg aan gegeven door een enquête te houden onder alle 70 verenigingen in hun afdeling. Heb daarover een mail ontvangen met de uitslag:

Afd Limburg .

Onderstaand de uitkomst van de gehouden enquête inzake het houden van sectorvluchten.
Aan 70 verenigingen van de afdeling Limburg is een enquêteformulier verzonden om de interesse te peilen voor het al dan niet organiseren dan wel deelnemen aan sectorvluchten.

Vitesse/Midfond ,, Eendaagse fond “Marathon “ Jong

De uitkomst hiervan is:

Vitesse/midfond        Geen sector 71 %
Dagfond                         Geen sector 43 %
Marathon                      Geen sector 16 %
Jongen                            Geen sector 68 %

voorstanders :

Vitesse /midfond            voor sector 17%
Dagfond                              voor sector 35 %
Marathon                           voor sector 68 %
Jongen                                 voor sector 14 %
Volgens mij een goed initiatief. Met zo’n enquête wordt in één oogopslag duidelijk wat de meerderheid van de leden nu eigenlijk wel of niet willen. Meerdere grote maar meestal kleine verschillen qua inzicht, vooral bij bestuurders, wordt hiermee op een duidelijke manier wel of niet ondersteund door de liefhebbers.
Het is in ieder geval een manier van vermeende argumenten goed te onderbouwen, met bovendien de steun van de meerderheid van de leden die aan de enquête hebben deelgenomen.
Heb zelf het idee dat veel bestuurders zich hieraan niet durven wagen. In hun achterhoofd hebben ze natuurlijk de angst door zo’n enquête niet gesteund te worden in hun genomen besluiten. Liever werken ze tegenwoordig met commissies. Daar kan je natuurlijk het één en het ander aan sturen. Vooral wie je aanstelt in zo’n commissie is belangrijk. In onze afdeling hebben ze ook een commissie in het leven geroepen die het hete hangijzer van inkorfbeperking moet gaan onderzoeken. Maar daar gaat heel weinig van terecht komen, deze mensen komen er niet uit.
Misschien is een enquête ook in onze afdeling wel een goed middel om tot een resultaat te komen. Dan kan je tegenover de gewone liefhebber in ieder geval niet veel fouten maken. Maar het kan ook zo zijn dat het bestuur bang is voor de uitkomst van een eventuele enquête.

Vorige week vermeldde ik in mijn blog dat we een zo goed als nieuwe start gaan maken. Daarop kwamen tot mijn verrassing best een paar reacties. In mijn blog haalde ik aan dat ik op dit moment op het verkeerde paard aan het wedden was. Volgens mij zijn de vernieuwingen niet allemaal verbeteringen gebleken.
In reactie hierop een mail van Frans uit Bergen op Zoom. Frans is volgens mij een fanatiek baasje dat graag alles wil weten en de discussie niet schuwt. Hij laat in zijn mail weten dat hij het niet allemaal goed vind dat er gelijk naar de duiven word gewezen. Dat vind hij de weg van de minste weerstand. Hij denkt ook te weten dat mijn duivinnen vroeger (in de goede oude tijd zullen we maar zeggen) in een ander hok zaten. Misschien is dit wel de reden schrijft hij. Nu Frans, dit is nu net het probleem niet. Je hebt gelijk dat de duivinnen in een ander hok zitten maar over hun resultaten ben ik dik tevreden. Mijn probleem schuilt bij de jonge duiven. Daar zit de laatste drie jaar een beetje de klad in. Volgens mij door een samenloop van mindere kwaliteit en mindere gezondheid is het voor mij zeer moeilijk de laatste drie seizoenen een goede aanwas te garanderen. En juist dit jonge duivenhok is hetzelfde alwaar ik reeds meer dan dertig jaar goed op speel. Het is wel vernieuwd door de jaren heen, maar heeft altijd prima gefunctioneerd.
Dus Frans, ik denk zelf dat ik er niet zover naast zit. Maar blijf in ieder geval naar mij mailen als je denkt mij te kunnen voorzien van goede info.

Winterkweek.

Het kweekseizoen voor de vlugge vogels staat weer voor de deur. Zelf gaan we dit jaar met een heel klein ploegje de kweek aanvangen.  De kweekploeg voor dit jaar gaat ongeveer bestaan uit 12 koppels. Daarnaast nog een paar duivinnen  en zomerjongen in overschot en dat gaat de hele bezetting voor 2019 zijn. Alle andere duiven gaan binnen nu en een paar weken weg. Dus dit jaar geen oude vliegduiven voor mij. We zullen wel zien waar we ons op de zaterdagen gaan vermaken. Dit jaar hebben we ook geen voedsterkoppels dus, gaan de  kweekduiven alle jongen dit jaar zelf opbrengen. Het is de bedoeling dat zij vier rondes jongen gaan kweken voor mij. De voorbereiding voor de kweek is weer aangevangen met de tijdklok tevoorschijn te halen en de dagen voor hun weer wat langer te maken. Nodig is het niet maar het laat alles wel wat vlotter verlopen als er een dag of tien voorafgaande aan de koppeling de dagen wat langer zijn gemaakt. Het haalt ze toch uit de winterrust en laat ze in de waan dat het voorjaar er aan komt. Speciaal opvoeren of anders voeren is niet echt aan de orde. De enige verandering van voer is wanneer de ruimengeling op is want dan schakel ik over op kweekmengeling. Over de rui gesproken, mijn oude vliegduiven die nu naar het kweekhok verhuizen zijn nog druk aan het ruien in tegenstelling tot de jonge duiven. Deze laatste zijn al weer glad aan het worden en moeten hooguit nog een paar pennen gooien. Beide zijn verduisterd. Oude duiven van half februari t/m begin mei, jonge duiven vanaf 1 april t/m 21 juni. Anders dan andere jaren zijn de geslachten dit jaar niet gelijk gescheiden na het seizoen.  De jongen zitten nog steeds bijeen en de oude duiven zaten bijeen vanaf de laatste oude duiven vlucht en hebben daarna twee keer op eieren over gebroed. Voor een vlotte rui duidelijk niet het beste systeem.

Volgende week gaan  we het kweekhok weer inrichten (ieder jaar verwijderen we hier de broedhokken ) voor ons gemak zitten ze nu op schabbetjes. Zorgen dat heel de boel weer netjes is en dan kan het feest weer beginnen. Trouwens om de boel netjes te houden hebben we al een paar jaar alleen wat kranten om de broedschotels gewikkeld. Dan hoef je ze aan het eind van het seizoen niet schoon te boenen (dacht ik). Dit was dus een vergissing want na iedere ronde jongen waren de kranten kapot en zaten de jongen op de bodem van de broedschotel. Afgelopen jaar heb ik de broedschotels ingepakt met oude voerzakken, volgens mij een prima oplossing. Nu is na een heel seizoen de schotelbedekking nog steeds intact.

Komend seizoen gaan we de eerste twee ronden jongen verduisteren en eruit halen wat erin zit. Mits we niet tegen dezelfde problemen aanlopen als afgelopen jaar natuurlijk. De derde en vierde ronde laten we doen wat zij willen. Als alles meezit gaan we die dan wel later opleren en een paar vluchtjes spelen. Zonder dwang en laten de boel de boel. We gaan niet alles op één paard zetten maar gaan de kansen een beetje verdelen en dan zien we wel hoe dit uitpakt.

Er zal iets moeten veranderen, zoals het de laatste jaren gaat gaan we de verkeerde kant op.  Ik weet van mezelf wat ik er voor doe en er voor laat om mijn kolonie gezond te houden. Het is misschien niet de weg die de massa bewandeld maar mijn intentie is ook niet om bij de massa te behoren. Alles bij elkaar heeft het dertig jaar goed gewerkt maar blijkbaar is het niet genoeg gezien de problemen de laatste jaren. Misschien legt het niet zozeer aan het systeem maar ben ik een beetje op het verkeerde been gezet met de aankopen van de laatste jaren.  De waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Dit alles bijeen is ook de reden dat ik dit jaar schoon schip maak en een nagenoeg nieuwe en frisse start ga maken. De tijd zal leren of ik het bij het goede eind heb. We gaan het zien zei de blinde.