Verduisteren: van vroege ontdekking tot blijvend voordeel

In Dordrecht wist men het in de jaren tachtig al: wie met jonge duiven wilde meedoen voor de hoofdprijzen, moest verduisteren. In 1986 besloten mijn vader en ik om het ook te proberen. We waren net een jaar samen actief in de duivensport en hadden al een vliegende start gemaakt, maar verduisteren gaf ons meteen een extra versnelling.

De eerste keer dat we het toepasten, was het direct raak. Op de laatste vlucht van 1986, Orleans, wonnen we onze eerste grote interprovinciale overwinning. Tegen 11.251 duiven pakte de “ORLEANSDOFFER” de 1e prijs. Het bleek het begin van een reeks jaarlijkse successen op de laatste jonge‑duivenvlucht, waarbij verduisteren telkens een sleutelrol speelde.

In 1987 volgde Bourges, een loodzware vlucht met zowel oude als jonge duiven in concours. De algemene verwachting was dat de jonge garde het zou afleggen tegen de ervaren oude duiven. Maar één duif haalde de 1000 m/min — en dat was er één van ons. Van de totale massa kwam slechts 10% dezelfde dag thuis, en daarvan zaten er 26 bij ons, allemaal jongen. De uitslag was indrukwekkend: 1e–7e–8e–27e–29e–68e–69e, enzovoort. De winnares, de “BOURGESDUIVIN” (NL87‑5709861), zou later grootmoeder worden van “PORKY”, de stamvader van onze kolonie.

In 1988 was Bourges opnieuw de afsluitende vlucht, en opnieuw wonnen we de 1e prijs tegen 7.708 duiven. In 1989 volgde eerst Orleans met 1e–7e–9e–11e–20e–25e tegen 10.059 d, en daarna Bourges, waar we met 48 ingezette duiven maar liefst 29 prijzen wonnen. De aankomst van de eerste vijf duiven was bijzonder: ze kwamen uit drie verschillende richtingen tegelijk aan, schrokken van een vreemde duif in de groep en vlogen nog even op. Daardoor misten we de eerste vier plaatsen, maar alsnog werd het 1e–2e–6e–9e tegen 7761 d., enzovoort.

Deze jaren maakten één ding glashelder: zonder verduisteren kijk je toe, met verduisteren speel je mee voor de hoofdprijzen. En dat geldt vandaag de dag nog steeds. Verduisteren en belichten zijn uitgegroeid tot basisprincipes voor iedereen die op niveau wil meedoen.

 

Deze week op het eigen hok

Dit weekend stond Quievrain op het programma, 168 kilometer voor ons hok. De duiven kwamen de afgelopen weken goed naar huis, al hadden vooral de laatkomers moeite om het hok te vinden. We zijn er inmiddels vijf kwijtgeraakt en twee hebben we geselecteerd op vreemd gedrag. Het blijft een apart seizoen, en ik ben benieuwd hoe het zich verder ontwikkelt.

Door de mist in België moesten we lang wachten; pas om 12.30 uur konden de duiven gelost worden. Daarna werd het precies het soort duivenweer dat je iedere week zou wensen: zon, bijna geen wind, en een rustige atmosfeer. Onze eerste duiven deden er iets meer dan twee uur over en kwamen met vier tegelijk aan. Ze zaten hoog, maar waren in een oogwenk binnen. Opvallend genoeg waren het vier duivinnen — en later bleek dat onze eerste negen aankomsten allemaal duivinnen waren, terwijl het toch echt “weduwnaarsweer” was.

De uitslag mocht er zijn. In de club, met 1106 duiven, wonnen we: 1–2–3–4–7–8–9, enzovoort, met 39 van de 49 duiven in de prijzen.

In de kring, met 5305 duiven, werd het: 7–8–9–11–37–38–39, enzovoort.

Tot nu toe loopt het fantastisch, en deze uitslag geeft vertrouwen voor de rest van het seizoen — hoe ongewoon de aanloop ook is geweest.