🕯️ Werken met kunstlicht – en andere ongewone duivensportmethodes

Over verduisteren heb ik inmiddels genoeg geschreven, dus tijd om het eens om te draaien. Want in de duivensport kom je soms systemen tegen die zo afwijkend zijn dat je je afvraagt: hoe kan dit werken? En toch… bij sommige liefhebbers werkt het gewoon.

🌙 Frans Breibach: 24 uur per dag licht

De zwager van mijn zwager, Frans Breibach uit Dordrecht, is zo’n voorbeeld. Hij woonde in een gewoon rijtjeshuis in de binnenstad, met een piepkleine tuin. Geen ideale omstandigheden voor duiven, maar Frans maakte er nooit een probleem van. Duiven zaten niet in de familie, maar via mijn zwager Cees Ooyen raakte hij besmet met het virus.

Cees speelde destijds alleen grote fond en was daar opvallend succesvol in. Zijn eerste deelname aan Barcelona leverde hem meteen de 3e en 50e nationaal op — een betere start kun je je nauwelijks voorstellen.

Frans begreep al snel dat hij zich moest specialiseren. De vliering van zijn huis werd omgebouwd tot duivenhok. Meer ruimte was er niet, dus alles gebeurde in dat ene hok: oude duiven op nest, jongen in het najaar gekweekt, alles door elkaar.

En dan komt het bijzondere: zodra de late jongen groot waren, ging de lamp aan — en die ging pas uit als het weer zomer werd. Ja, echt: 24 uur per dag licht, de hele winter door.

De jongen konden zo zonder enige belemmering doorruien. En zodra ze oud genoeg waren, werden ze de hele winter door geleerd, vanuit alle richtingen. Bij de start van het seizoen gingen ze gewoon mee, zelfs op de grote fond.

Normaal gesproken zijn late jongen op de fond goed voor de kat z’n viool. Maar bij Frans won zo’n late jonge duif gewoon de 1e prijs Carcassonne van de hele afdeling, en was bovendien de enige duif die op de dag van lossing thuiskwam, rond 22.00 uur.

Alsof dat nog niet genoeg was, hadden zijn duiven zomer én winter open hok, dag en nacht. Het kon omdat ze via een soort dakraampje naar binnen en buiten gingen, waardoor ongedierte nauwelijks kans had.

En dan nog dit: Frans heeft bijna nooit een duif zien vallen. In de ingang van het hok had hij een simpel alarm gemaakt. Als er een vlucht was, zette hij dat aan. Hoorde hij het belletje, dan wist hij genoeg. Duiven opwachten? Geen interesse.

Een bijzondere manier van duiven houden — maar voor hem werkte het.

 

🌲 Jan Texier uit Steenbergen: natuur, duisternis en… een muis

Nog zo’n markante liefhebber was de inmiddels overleden Jan Texier uit Steenbergen. In de tijd dat Frans en ik regelmatig op pad gingen voor reportages in De Vredesduif, viel zijn naam op. Vooral bij extreem weer pakte hij op de overnachtvluchten opvallend goed.

We moesten ons eerst melden in zijn bloemenwinkel in het centrum, waarna hij ons meenam naar zijn huis in de polder. Van zijn duiven herinner ik me niet alles meer, maar zijn manier van duiven houden staat in mijn geheugen gegrift.

Het eerste wat opviel: schoonmaken was niet zijn hobby. Wat daar op de grond lag, kon zo in een paar groene containers. Toch voelde het hok niet vies aan — al was het dat natuurlijk wel.

Bij een later bezoek met Rinus Peperkamp vond Rinus een pas overleden muis in het hok. Hij wilde die weghalen, maar Jan verbood het. Zijn uitleg was kort: “Dat is de natuur.” De muis moest blijven liggen.

Ook het voeren was een ritueel op zich. Bij zonsondergang — of als het al donker was — deed hij buiten een lampje aan en gooide het voer op de grond voor het hok. Ik heb het één keer gezien: je gelooft niet hoe snel die duiven in het donker naar buiten stormden, aangetrokken door dat ene lampje boven de deur.

Achter zijn hokken stonden hoge bomen. Dat was, zoals hij het noemde, zijn duivensportschool. Elke keer dat de duiven zich moesten optrekken om over die bomen te komen, werden de spieren sterker. Hij geloofde daar heilig in.

De rampvlucht St. Vincent 1981

In 1981 was St. Vincent een ramp. Op zaterdag was er in Dordrecht maar één duif door: de “45” van Wim van Dijk. De vlucht werd op donderdag reglementair gesloten.

Maar twee liefhebbers in Nederland pakten die zaterdag meerdere duiven alsof het de normaalste zaak van de wereld was:

  • Jan Texier
  • Jan van Oosterhout uit Roosendaal

Twee totaal verschillende systemen:

  • Texier: natuur, donker, chaos, muizen en een lampje.
  • Van Oosterhout: alles tot in de puntjes verzorgd.

En toch hadden ze allebei acht à negen duiven thuis op zaterdag. Bijzonder blijft het.

Deze week op eigen hok – vlucht 3 vanuit Niergnies

De derde vlucht van het seizoen werd vervlogen vanuit Niergnies, voor ons 209 kilometer. In de club was de stemming vooraf wat onzeker: niemand wist precies hoe het zou uitpakken met het weer. De verwachtingen waren niet bepaald positief.

Een ochtend vol verrassingen

Zaterdagochtend bleek het echter prachtig weer te zijn: helder, rustig en bijna windstil. Dat gaf hoop. Maar het eerste bericht rond zeven uur was toch een tegenvaller: de opklaringen zouden later komen en een nieuw bericht zou pas rond tien uur volgen.

En toen kwam onverwacht het app-bericht: door sneller dan verwacht mooie opklaringen werd er gelost om 08.25 uur.

Wij hadden 47 duiven mee:

  • 33 duivinnen

  • 14 doffers

Twee minder dan vorige week: één doffer was weggebleven en één duivin hebben we zelf verwijderd omdat ze te veel uit de toom liep.

Wind uit de verkeerde hoek

Hoewel er bijna geen wind stond, was het beetje dat er stond ZZW. En dat is voor ons nooit ideaal. Zodra er Zuid of Zuid-Oost in de voorspelling staat, weten we dat het lastig wordt om echt uit te blinken. Je doet door de week al dat werk niet om op zaterdag tegen de windrichting in te moeten boksen.

Deze keer was het iets ertussenin — en eerlijk gezegd: het viel absoluut niet tegen.

De uitslag

In de club stonden 1156 duiven in concours. Onze uitslag:

3e – 4e – 10e – 11e – 12e – 25e – 26e – 27e – 29e – 30e, enzovoort. In totaal 31 prijzen.

Dat is gewoon een sterke uitslag. Zeker als je bedenkt dat we maar vier overjarige duiven hebben en de rest jaarlingen zijn. De start van het seizoen mag er dus zijn.

Op naar volgende week

Met drie vluchten achter de rug kunnen we zeggen dat de lijn goed is. De duiven tonen vorm, pakken hun prijzen en laten zien dat ze het werk aankunnen.

Volgende week weer een nieuwe kans — en we blijven scherp.