Misschien is dat achteraf gezien een geluk bij een ongeluk. Ons constateersysteem ligt namelijk nog steeds bij de verkoper ter reparatie. Tegelijk wordt er een mogelijkheid ingebouwd om thuis af te slaan. We gaan er maar vanuit dat hij komende week alles komt installeren en — nog belangrijker — dat het daarna ook gewoon goed werkt.
Dat er zo kort voor aanvang van het seizoen nog iets gerepareerd moet worden, stemt ons niet bepaald gerust. We hebben er slechte ervaringen mee. Het is ons al eens overkomen dat er bij twee van de eerste drie vluchten geen duiven werden geconstateerd. Ik kan u verzekeren: dat is geen pretje. Hopelijk krijgen we nu meer tijd om alles, zodra het geïnstalleerd is, goed uit te testen.
De oorsprong van het verduisteren
Maar goed, terug naar het verduisteren van de jonge duiven. Willem de Bruijn schreef er kort geleden nog over in zijn “Willems Wel en Wee” in De Duif. Daarin haalde hij het jonge‑duivenspel aan van een paar Dordtenaren die in hun tijd een hele uitslag konden beheersen. Zeker wanneer het wat verder en later in het seizoen werd, waren ze onklopbaar.
Het ging om Jan en Dik Stam en hun zwager Cor van Es. Volgens de overlevering waren zij de grondleggers van het verduistersysteem.
Dik en Cor woonden in het buitengebied, maar broer Jan had minder geluk. Hij moest zich behelpen met een klein tuintje in de volkswijk Krispijn. Zijn jonge‑duivenhok stond noodgedwongen dicht bij het huis, waardoor er ’s avonds veel licht naar binnen viel — zowel vanuit het huis als van een nabijstaande lantaarnpaal.
Op zich geen ramp, maar Jan stoorde zich mateloos aan het aanhoudende geluid van de duiven. Hij was ervan overtuigd dat ze door al dat licht niet tot rust kwamen. Daarom schermde hij vanaf de vroege avond een groot deel van het hok af. En zo werd het verduisteren geboren.
Zijn broers en zwager hadden al snel door dat dit het ei van Columbus was voor het jonge‑duivenspel. Grote en kleine melkers die van deze ontdekking mochten profiteren, waren bijna zonder uitzondering enthousiast. En zoals dat gaat met geheimen: men was niet bepaald scheutig om tegenstanders wijzer te maken dan strikt noodzakelijk.
In het begin beweerden sommigen zelfs dat je met verduisterde jongen niets kon aanvangen. Maar zoals met veel uitvindingen kun je ook deze in de categorie toeval plaatsen.
Vooruitkijken
En zo staan we dan aan de vooravond van een nieuw seizoen. Niet helemaal op schema, maar wel met de vaste wil om er weer iets van te maken. Eerst verduisteren, dan testen, en hopen dat alles straks draait zoals het moet.
Want één ding is zeker: als het straks loopt, zijn alle zorgen van nu snel vergeten.
Opnieuw een vraagje gesteld aan mijn nieuwe vriend de AI van Copilot.
Wat zijn de meest voorkomende genen/markers bij goede postduiven ?
Copilot antwoorde:
Goede postduiven hebben géén enkel “kampioensgen”, maar wel een reeks genetische markers die vaker voorkomen bij topvliegers. De belangrijkste wetenschappelijk bevestigde markers zijn o.a. varianten in CRY1 (navigatie), LDHA (spiermetabolisme/snelheid) en diverse polygenische combinaties die uithoudingsvermogen en oriëntatie beïnvloeden.
Hieronder krijg je een helder, gestructureerd overzicht van wat vandaag bekend is uit genetisch onderzoek.
🧬 1. De belangrijkste genetische markers bij prestatiepostduiven
-
CRY1 – Navigatie & oriëntatie
- Dit gen speelt een rol in het magnetisch kompas van vogels.
- De TT‑variant van CRY1 komt zeer dominant voor in topduiven, o.a. in de bekende Best Kittel‑familie.
- Wordt gezien als een van de sterkste genetische voorspellers voor navigatievermogen.
LDHA – Spierkracht & snelheid
- LDHA beïnvloedt de omzetting van melkzuur en dus het uithoudingsvermogen en de explosieve kracht.
- Varianten van dit gen worden vaak geassocieerd met betere sprint- en midfondprestaties.
Polygenische architectuur – Meerdere genen tegelijk
- Uit Oxford‑onderzoek (2018) blijkt dat vliegvermogen polygeen is:
- cardiovasculaire capaciteit
- longfunctie
- spiervezeltype
- zenuwstelsel (oriëntatie, stressbestendigheid)
- Er bestaat geen enkelvoudig kampioensgen; prestaties ontstaan door een combinatie van vele kleine genetische voordelen.
🧭 2. Andere genetische factoren die vaak terugkomen bij topduiven
Homing ability markers
- Bepaalde DNA‑posities correleren met oriëntatievermogen en snelheid.
- Worden gebruikt in moderne DNA‑profielen om potentiële vliegers of kwekers te beoordelen.
X‑chromosoomvoordeel bij duivinnen
- Duivinnen blijken genetisch robuuster (twee X‑chromosomen).
- Ze kunnen fysiek en mentaal meer aan, wat verklaart waarom veel topduivinnen wekelijks zware vluchten aankunnen.
🧪 3. Praktische genetische markers die vandaag commercieel
getest worden
-
PiGen en andere laboratoria testen o.a. op:
| Marker | Eigenschap | Opmerking |
|---|---|---|
| CRY1 (TT‑variant) | Navigatie, oriëntatie | Sterk aanwezig in topstammen zoals Best Kittel. |
| LDHA | Spiermetabolisme, snelheid | Belangrijk voor sprint/midfond. |
| Diverse polygenische SNP‑profielen | Uithouding, stressbestendigheid | Gebruikt voor selectie & kweekadvies. |
| Ouderschapsmarkers | Zuiverheid van de lijn | Essentieel voor betrouwbare stambomen. |
🧬 4. Wat betekent dit voor jouw kweekstrategie?
Belangrijkste inzichten
- Selecteer niet op één gen, maar op combinaties van bewezen markers.
- Combineer genetische info met prestatiegegevens (thuiskomstpercentage, weersomstandigheden, afstand).
- Let op moederlijke lijnen: onderzoek toont aan dat de moederlijke invloed vaak sterker is.
Valkuilen
- Te sterke inteelt kan verborgen fouten naar boven halen (scheve poten, zwakke spijsvertering, zenuwzwakte).
📌 Samenvatting
De meest voorkomende en relevante genetische markers bij goede postduiven zijn:
- CRY1 (TT‑variant) → topnavigatie
- LDHA‑varianten → snelheid & spierkracht
- Polygenische combinaties → uithouding, oriëntatie, stressbestendigheid
- X‑chromosoomvoordelen bij duivinnen → fysieke en mentale robuustheid
Genetica is een hulpmiddel, maar prestaties blijven het resultaat van genetica × training × management × gezondheid.
Goedemiddag Kees, interessante stukjes over gebruik chatgpt.
Ik heb dit jaar mijn vermeerderaars via chatgpt gekoppeld. 2 bestanden gemaakt op basis van eigenschappen kenmerken etc. En chatgpt de kruisingen laten maken.
Lieber Kees, ich glaube das: 1. Orientierung, 2. Charakter, Durchhaltevermögen,
3. Muskulatur bei einer Taube wichtig ist. Wenn Dr. Marien bei mir eine Taube
beurteilt, legt er großen Wert auf Muskulatur. Aber ich bin nur eine kleiner un-
wissender Taubenliebhaber. Grüße Willi