Nog twee weekenden en dan is het zover, dan zit het seizoen 2025 er op.
Voor ons een seizoen wat duidelijk verbetering heeft gebracht tegenover 2024.
In ‘24 werden we geconfronteerd met grote problemen bij de jonge duiven en van die hele ploeg zijn er bijzonder weinig echt bovenop gekomen.
Zo zijn er voor volgend jaar twee doffers en één duivin overgebleven die ook in 2026 in de vliegploeg komen, veel jaarlingen zijn we verspeeld en ook heel veel die nooit echt naar hun mogelijkheden hebben gepresteerd, althans dat denken we toch.
We hebben er maar korte metten mee gemaakt en gaan volgend jaar met een bijna geheel nieuwe ploeg jaarlingen aan de start komen (op de drie eerder genoemde tweejarigen na dan).
Ook alle oude overjarige duivinnen zitten volgend jaar niet meer in de vliegploeg, nee die hebben we niet opgeruimd maar alle zes zijn ze gepromoveerd naar het kweekhok.
Want daar zijn we inmiddels ook wel achter dat het kweken uit duiven die alleen aan kunnen tonen dat hun ouders goed waren en van een wereldberoemd hok kwamen is een weg met veel obstakels.
Maar net als bij ieder ander die opnieuw moet aanvangen met het proberen om aansluiting te vinden bij de concurrentie gaat dit sneller en efficiënter met het kweken uit duiven die zelf al het één en het ander hebben laten zien op de wedstrijden.
Daarom hebben we onze beste oude vliegduiven naar het kweekhok gebracht en hopen op die manier een beetje minder tijd nodig te hebben om onze uiteindelijke doelstelling te bereiken.
Dit was vroeger ook mijn strategie om het hok op peil te houden, in verhouding had ik toen veel kweekkoppels, nm. 30 kweekkoppels tegenover 36 vliegduiven (18 doffers / 18 duivinnen) maar toentertijd kweekte ik niet van mijn vliegduiven.
Op het kweekhok zaten toen bijna alleen duiven die zelf een overwinning of echt goed hadden gevlogen, op de top zaten er op het kweekhok 30 verschillende duiven die ieder een eerste prijs hadden gewonnen.
De paar andere plekjes werden ingenomen door een paar gerichte aankopen, zoals bijvoorbeeld de FIGO’S bij Reynaert.
Tegenwoordig is dit bijna onhaalbaar geworden, allereerst is duiven aankopen op dit moment eigenlijk niet te doen.
Vroeger waren er vele publieke verkopingen waar je kon zien wat je kocht en meestal waren het totale verkopingen waar alles te koop was, goed en slecht.
Nu krijg je op het internet veel keer voorgeschoteld wat normaal gesproken in de kliko thuis hoort want een ploegje van een stuk of 7,8 of 9 duiven die de leeftijd van minimaal drie jaar of ouder hebben bereikt daarvan kun je wel raden dat die geen pepernoot waard zijn, uitgeprobeerd en geen resultaat dus verkopen aan de eerste de beste stamkaart verzamelaar.
Echte totale verkopingen gaan we ook deze winter weer zeldzaam tegen komen, jammer maar helaas ook onze sport is in de greep van het digitale tijdperk terecht gekomen en daar horen eerlijke publieke verkopingen niet bij.

Op eigen hok.
Was het deze week niet alles wat ik er van verwachte, het is inmiddels wel duidelijk dat je met de wind van achteren onze duiven niet echt een plezier doet.
Daar kwam bovendien nog eens bij dat de one-eye cold voor de tweede keer zijn intrede deed bij een enkeling, later in de club kwamen er aan de inkorftafel meer tevoorschijn.
Ook weer zoiets, nog niet zolang geleden werd er vanuit gegaan als het over was dan was het ook definitief weg maar dit is ook achterhaald schijnbaar.
De vlucht deze week was vanuit St Soupplets voor ons 330 kilometer en die kilometers werden afgeraffeld in goed drie uurtjes en de snelsten maakten 1760 mpm.
In de club tegen 553 duiven winnen we de 3e-5e-7e-11e-12e-13e-15e-20e etc.
Dat ziet er goed uit maar buiten de deur viel het toch niet mee.
In de kring was het tegen 2379 duiven 41e-59e-60e-81e-95e-97e etc
In de afdeling tegen 11.064 duiven beginnen we met de 87e prijs en maken in totaal 50 prijzen van de 81.
Op naar volgende week, dan mogen ze naar Fontenay de enige vlucht van meer dan 400 kilometer.