Twijfels, Tropen en Toch Tevreden – Een Weekend vol Wikken en Wegen

Sommige weken beginnen al met een knoop in je maag. Niet omdat de duiven niet goed trainen, niet omdat er iets mis is op het hok, maar omdat de omstandigheden zó grillig zijn dat je als melker voortdurend zit te schuiven, te rekenen en opnieuw te twijfelen. Afgelopen week was precies zo’n week.

De voorspellingen waren onrustig. De hitte zou toeslaan, de luchtvochtigheid liep op en het woord code rood viel steeds vaker. Niet alleen bij ons, maar in de hele afdeling. En eerlijk is eerlijk: dat doet iets met je voorbereiding, met je planning en met je vertrouwen.

Code rood, inkorten en de eeuwige discussie

Voor de jonge duiven kwam het er uiteindelijk van: code rood, en volgens mij volledig terecht. Voor de oude duiven werd het schipperen. Onze afdeling besloot beide vluchten met ongeveer 100 kilometer in te korten.

Voor de dagfond vond ik dat een logisch besluit. Maar de vitessevlucht van Niergnies (209 km) terugbrengen naar Quievrain (168 km) voelde toch een beetje als een besluit “voor de bühne”. Maar goed — voor beide keuzes was iets te zeggen, en uiteindelijk moet een afdeling knopen doorhakken.

Schuiven met aantallen: van plan A naar plan B

Ons oorspronkelijke plan was helder:

  • 10 duiven naar Châteaudun
  • 18 duiven naar Quievrain

Maar na het uitgebreid bestuderen van de weerkaarten — vooral de lichte verkoeling aan de kust — hebben we het omgedraaid. Niet alleen vanwege het weer, maar ook vanuit de gedachte dat duiven uiteindelijk ergens tegen móeten kunnen.

Het eeuwig pamperen maakt ze niet sterker. En ik blijf erbij: de mand selecteert beter dan wijzelf.

Melkers die denken dat ze via navluchten veel duiven kunnen “overhouden”, komen als jaarlingen vaak bedrogen uit. Dan wordt de rekening gepresenteerd. Maar goed, ieder zijn eigen hok, ieder zijn eigen filosofie.

 

Zaterdag: eindelijk lossen

Gelukkig konden beide vluchten zonder IWB-tussenkomst op tijd los.

  • Dagfond om 7.00 uur
  • Vitesse om 7.10 uur

En dan begint het wachten. Het turen. Het rekenen. Het hopen.

Vitesse – Quievrain (168 km)

We speelden met onze tien betere duiven. Maar net als de vorige keer dat we moesten splitsen, werd het geen groot succes. Na meer dan vijftig jaar duiven houden blijkt dat we nog steeds iets niet goed doen met duiven die een dag langer thuis zitten. Het blijft een raadsel.

Uitslag in de club (417 duiven): 10e – 29e – 39e – 48e – 50e – 57e – 60e – 116e 8 van de 10 in de prijzen.

Netjes, maar geen uitschieter. Dus richtten we onze pijlen op de fondploeg.

 

Dagfond – Châteaudun (ingekort)

Hier lagen onze echte verwachtingen. Vorige week hadden ze ons niet in de steek gelaten, en misschien konden ze dat kunstje herhalen.

Rond 13.00 uur werd op een smartphone gezien dat er nog geen meldingen waren. Drie minuten later viel onze eerste duif op de Oudendijk. Je denkt dan: dat is er één mooi op tijd.

Maar toen we opnieuw de meldingen bekeken, zakte de moed even weg. Verkerk had 27 kilometer verder precies om 13.00 uur al een duif. Dat is andere koek.

De duiven kwamen vlot door, en ik vreesde dat we halverwege de uitslag zouden eindigen. Dat bleek gelukkig niet zo, maar het was wel een aparte vlucht.

 

Een merkwaardige uitslagverdeling

Onze afdeling is in drie rayons verdeeld: Oost, Midden en West. Volgens de prognoses zou er veel west in de wind zitten. Maar de werkelijkheid was anders.

Onze eerste duif zou hebben gewonnen:

  • 11e in rayon West (1238 duiven)
  • 46e in rayon Midden (1461 duiven)
  • 17e in ons eigen rayon Oost (1586 duiven)

Je kunt niet anders concluderen dan dat de duiven midden door de afdeling het beste zijn gekomen, met minuten voorsprong. En toch worden in elk rayon de prijzen binnen een uur verdiend. Geen verschil daar.

Onze totaaluitslag in rayon Oost (1586 duiven):

17e – 35e – 52e – 69e – 85e – 89e – … 14 prijzen van de 18.

Een uitslag om tevreden mee te zijn, met ruimte voor verbetering.

 

Vooruitblik: tropenweek en nieuwe twijfels

Het wordt opnieuw een tropische week. En dus opnieuw: twijfel. Wat korven we in? Wat laten we thuis? Wat kan, wat moet, wat is wijsheid?

Maar één ding blijft overeind: De mand beslist uiteindelijk toch het eerlijkst.