🕊️ Zwarte Zaterdag – Een dag die in je kleren kruipt

Het was zo’n ochtend waarop je denkt: dit wordt een mooie dag. De lucht strakblauw, de zon al vroeg warm, en de weerman die vrolijk verkondigde dat het prachtig weer zou worden. Voor mensen die van zon houden had hij helemaal gelijk. Maar voor duivenmelkers… tja, dat is een ander hoofdstuk.

Want zodra er OZO-wind op de kaart verschijnt, weet je eigenlijk al hoe laat het is. Dan wordt het geen feestdag, maar een dag waarop je duiven verliest — en soms ook een beetje moed.

 

Cambrai – De hoop, de klap en de stilte

We hadden dertig duiven mee naar Cambrai. Een mooi ploegje, in vorm, en we hadden er vertrouwen in. Het duurde even, maar toen viel er plots een duif — en niet zomaar één: dezelfde die vorige week de 1e in de club won. Even ging er een rilling door je heen: zou het weer raak zijn?

Maar ze kwam van achteren, recht uit het noorden. Dat is alsof een wielrenner de verkeerde straat in sprint: je weet meteen dat het mis zit.

Binnen een paar minuten kwamen de meldingen binnen. Jan Eskes klokte één minuut na ons, op 17 kilometer verder. En toen werd het helemaal vreemd: G & S Verkerk klokten vijf minuten na ons, maar op 26 kilometer verder — met 1684 m/min. Een supersnelle vlucht, maar het concours stond veertig minuten open.

Daarna viel het stil. Echt stil. Alsof iemand de stekker eruit trok. In de avond waren er nog veel duiven onderweg, en bij sommigen bleef het hok leger dan ze lief was.

 

Vierzon – De lange zit

Na Cambrai konden we nog rustig een boterham eten. Maar daarna begon het echte wachten: Vierzon, 539 kilometer. Voor mij en mijn broer zijn dit de vluchten waar we het hele jaar naar uitkijken. Maar met OZO-wind weet je dat je voorzichtig moet zijn met jaarlingen die voor het eerst boven de 500 kilometer gaan.

Dus deden we wat verstandig was: vier tweejarigen en twee jaarlingen, zes duiven totaal. Achteraf bleek dat een gouden beslissing — maar achteraf is het altijd makkelijk praten.

Bas en Gerard leken het concours te gaan domineren. Ze stonden al snel bovenaan de meldingen, en eerlijk gezegd: het zag ernaar uit dat ze de boel zouden oprollen. Maar acht minuten na hun melding viel bij ons een duif. Ze wonen 28 kilometer verder, dus dat was eigenlijk een knappe prestatie.

En dat bleek ook zo: 3e in de club van 423 duiven 17e in de kring van 2170 duiven

Onze tweede duif kwam 1 uur en 12 minuten later, net in de prijzen. Daarna was het klaar. En voor de laatste prijs viel, waren we vier uur verder. Toen de avond viel, waren er nog heel veel duiven onderweg.

 

Waarom België het soms beter begrijpt

Ik heb het al vaker gezegd: ik ben fan van de Belgische duivensport. Daar kun je — laat ik het netjes zeggen — op de wind inkorven. Staat de wind verkeerd? Dan kies je een ander lokaal. Geen kans? Dan doe je niet mee. En dat is helemaal prima, want de week erop zijn er weer genoeg mogelijkheden.

Mijn vrienden Luc & Hilde Sioen zijn daar het perfecte voorbeeld van. Westenwind? Dan blijven ze thuis. Wind in het voordeel? Dan staan ze er — en hoe.

Afgelopen zaterdag opnieuw:

  • Bourges oude duiven: 1e nationaal tegen 22.975 duiven, 6/6 prijs
  • Bourges jaarlingen: 12e nationaal tegen 23.469 duiven, 6/15 prijs

In Nederland kan dat niet. Maar we hebben wel liefhebbers die bij bepaalde windrichtingen bijna onklopbaar zijn. Zoals J & M Hameeteman uit Ouddorp. Met oostenwind zijn ze een klasse apart.

Afgelopen zaterdag, met slechts 8 duiven mee: 1e – 2e – 3e tegen 4568 duiven.

 

Vierzon: programma vs. fond – twee verschillende ritmes

Wat me opviel op Vierzon, was het verschil tussen programma- en fondduiven. Het eerste uur — grofweg tussen 14.00 en 15.00 — kwamen de programma-duiven duidelijk beter. Maar zodra de klok 15.00 aantikte, gebeurde er iets.

De fondduiven kwamen op gang. En de programma-duiven vielen stil.

Twee liefhebbers, beide met meer dan 100 duiven mee:

  • Programma: 36 duiven thuis tot 17.19 uur
  • Fond: 54 duiven thuis tot 17.16 uur

Het is alsof je twee orkesten hoort spelen: het ene begint luid en krachtig, het andere warmt langzaam op — maar eindigt sterker.

 

Een dag om niet snel te vergeten

Het was een dag die in je kleren kruipt. Een dag die laat zien hoe grillig onze sport is. Hoe wind, warmte en richting alles bepalen. Hoe je soms met lege handen staat, en soms met een onverwachte parel. En hoe belangrijk het is om keuzes te maken die passen bij je ploeg, je gevoel en je ervaring.

Een zwarte zaterdag — maar wel één die je weer even met beide benen op de grond zet.